Zij voelt veel
Zij voelt veel.
Te veel, soms.
Ze voelt je adem als je stil bent,
je afwezigheid als je lacht.
Ze weet wanneer je wegdrijft,
zelfs als je haar vasthoudt.
Ze is afgestemd, gevoelig,
maar ook versmolten.
Verstrengeld in een verlangen
om vast te houden wat haar veiligheid lijkt te geven.
De gewonde vrouwelijke energie zoekt bevestiging
omdat ze zichzelf nog niet volledig heeft kunnen dragen.
Ze houdt vast.
Aan aandacht.
Aan liefde.
Aan woorden die haar rust moeten geven.
Maar liefde die gegrepen wordt,
kan niet stromen.
En wat ze werkelijk verlangt,
is niet zekerheid —
maar echtheid.
Ruimte.
Adem.
Ze droeg de pijn van haar moeder,
haar gemis,
haar verwachtingen.
En ergens ging ze geloven
dat ze pas bestaansrecht had
als ze anderen gelukkig maakte.
Ze is moe van het pleasen,
maar weet niet hoe het anders moet.
Want wie is ze nog
als ze stopt met zorgen?
Als ze loslaat?
Als ze alleen nog zichzelf draagt?
Haar groei begint
wanneer ze leert onthechten.
Niet als een afwijzing,
maar als een daad van liefde.
Liefde voor zichzelf.
Onthechten is geen afstand nemen van de ander,
maar thuiskomen in jezelf.
Het is de bereidheid om iemand te verliezen,
om jezelf niet langer kwijt te raken. Jezelf niet meer te verlaten.
Wanneer ze leert zichzelf te dragen
zonder te leunen,
zonder te smeken,
zonder zichzelf te verloochenen —
dan ontstaat er magie.
Dan is haar liefde geen overleving meer,
maar een Zielsvolle Stroom.
Niet verstrengeld, maar verbonden.
Niet afhankelijk, maar Aanwezig.
En in die aanwezigheid
kan ze eindelijk ontvangen
wat werkelijk voor haar bedoeld is.
Reacties
Een reactie posten