Ouderwets Verleidelijk
Ouderwets Verleidelijk
Zoals wel vaker op mijn vrije zaterdagmiddag, bevond ik me weer in de stad. Niet met een specifiek doel voor ogen, maar gewoon om de tijd te doden. Ik dwaalde door de straten, met mijn muziek in de oren, een hand diep in mijn zakken en in de andere een takeaway-koffie. Het was één van die dagen waarop alles net iets trager leek te verlopen, maar op een manier die vreemd genoeg aangenaam was. Ik slenterde langs de goedgevulde etalages van winkels die allesbehalve goedkoop waren, maar die ik op mijn gemak inspecteerde, alsof ik me in een parallelle werkelijkheid bevond waar ik wél die dingen kon kopen. Het was een speelse dans van kijken en dromen, een vluchtige fantasie die ik me permitteerde zonder veel dieper na te denken.Toen ik bij een bloemenkraam stil stond, niet omdat ik bloemen nodig had, maar omdat ze er simpelweg prachtig uitzagen, gebeurde het. Zij was daar. En ze was het soort vrouw dat je niet zomaar over het hoofd zou kunnen zien. Niet door een uitbundige kledingstijl of een schreeuwerige aanwezigheid, maar door de manier waarop ze zich verhoudde tot haar omgeving. Haar aura was er één van kalmte. Ze leek de snelheid van de wereld om haar heen langzaam te vertragen, alsof het ritme van de stad haar niet echt raakte. Haar handen gleden langzaam langs een bos lelies, en haar blik, intens maar bedachtzaam, straalde de wijsheid uit van iemand die de diepten van het leven kende en deze alleen in stilte met de bloemen wilde delen.
Ze stond daar, ver verwijderd van het hectische gedoe van de stad: de toeristen met hun zelfgemaakte foto’s, de fietskoeriers die de verkeerslichten als suggesties zagen. En toch, ondanks haar onmiskenbare stilte in deze bruisende omgeving, was het onmiskenbaar: zij was de essentie van elegantie.
In dat moment, met mijn oordoppen half uit mijn oren getrokken, voelde ik iets ontwaken. Haar aanwezigheid sprak niet de taal van snelle woorden, maar de stilte om haar heen was gevuld met betekenis. Ze was als de definitie van een ‘dame’ – niet de oppervlakkige, maar de ware soort.
"Je kijkt alsof je iets wil zeggen," zei ze plotseling, zonder me recht aan te kijken. Haar stem was laag, bijna fluisterend, maar vol van ervaring, alsof ze al talloze keren mensen als ik had ontmoet. Ik voelde mijn wangen iets warmer worden. Ze keek op, haar ogen strak, maar met een zachte warmte erin die mij volledig ontmoette. “Wil je een bloem voor iemand kopen, of blijf je daar staan als een standbeeld?”
Ik stamelde iets over hoe mooi de bloemen waren, maar al snel voelde ik me dom, vast in een gesprek met de onschuldigheid van een kind, terwijl zij de gelaagdheid van een roman in haar antwoorden had. En toch was dat niet belangrijk. Vanaf dat moment wilde ik meer. Ik wilde haar leren kennen, haar geheimen horen, en vooral… ik wilde in haar stilte zijn.
We spraken af. Niet in een hippe bar, maar in een café dat de indruk wekte door de tijd zelf te zijn ingehaald. Geen snelle bestellingen, geen telefoonnummer voor een koffiekaart. Gewoon een eenvoudige ontmoeting in een ruimte die ademde van vroeger. Ze droeg een bordeauxrode blouse, haar sieraden subtiel glinsterend, alsof zelfs haar accessoires beter opgevoed waren dan ik.
"Wat doe je eigenlijk?" vroeg ze, terwijl ze langzaam haar cappuccino roerde met een zilveren lepeltje, haar blik nooit ver verwijderd van de kamer om haar heen. "Ik werk in tech," antwoordde ik, maar de woorden leken ineens futiel. Ze glimlachte kort en nam een slok. "Dat zegt me niets."
“Ik ontwerp apps,” probeerde ik het opnieuw, maar het klonk als een schets van iets dat veel te complex was om uit te leggen in enkele woorden. “Apps?” Haar wenkbrauw ging omhoog. “Alsof de wereld niet al genoeg afleiding biedt?”
Ik lachte, ondanks dat ik haar gelijk moest geven. Ze vertelde me dat ze ooit bibliothecaris was geweest. "Een echte, met kaartenbakken en alles," zei ze, terwijl ze de beweging van een lade imiteerde die open- en dichtschuift. “Jij hebt vast geen idee wat dat is."
En inderdaad, dat had ik niet. Mijn verhalen over technologie, van virale video's en memes, voelden plotseling zo leeg, zo vluchtig, vergeleken met de rijke geschiedenis die ze me vertelde. Haar verhalen brachten iets in mij naar boven dat ik niet eerder had gekend. Ze leerde me dat er schoonheid schuilt in de kleine, tastbare momenten van het leven, in het echte contact dat we leggen, niet door de schermen van onze apparaten, maar door iets van onszelf te geven.
Op een dag keek ze me aan, haar ogen vol van iets dat ik niet helemaal begreep. “Je leeft zo snel,” zei ze.
"Dat is hoe het tegenwoordig gaat," antwoordde ik met een ongemakkelijke glimlach, maar ze reageerde niet op de snelheid van mijn woorden. Ze zei eenvoudig: "Misschien, maar ik heb liever één goed glas wijn dan tien shots tequila. Snap je?"
Ik knikte, hoewel ik het niet helemaal begreep. Voor haar was de wereld overzichtelijker, meer te bevatten. Ze had geen behoefte aan de metingen en berekeningen van technologie. Haar leven werd niet bepaald door apps of slimme horloges. “Ik slaap gewoon,” zei ze een keer, “Soms goed, soms slecht. Waarom zou ik daar data van willen?”
Ze stuurde me geen berichten, geen emoticonversationele spraakverwarringen die de diepte van communicatie verhinderden, geen selfie’s. Ze belde me. Een echte telefoonoproep, met een stem die altijd net iets dieper klonk dan ik me herinnerde, alsof er altijd iets meer achter zat, een soort van geheim. Toen ik haar vroeg waarom ze nooit appt, antwoordde ze eenvoudig: "Als ik iets te zeggen heb, zeg ik het liever. Dan weet je tenminste dat ik het meen."
We probeerden het, écht waar. Maar onze werelden bleven uit elkaar liggen. Ik nam haar mee naar een festival, maar ze weigerde resoluut glowsticks te dragen. "Ik ben geen discobal," zei ze met een glimlach die alles zei. Toen zij me uitnodigde voor een opera, hield ik het vol tot de pauze. “Prachtig, maar ook een beetje lang,” gaf ik schoorvoetend toe. Ze lachte en zei: “Je bent zo eerlijk. Dat waardeer ik.”
Toch was er, te midden van onze verschillen, altijd iets dat ons verbond. Zoals de keer dat ze me leerde hoe je een wijnfles opent zonder kurkentrekker, of toen ze me uitlegde waarom gedichten belangrijker zijn dan de vluchtige video’s op sociale media. "Een gedicht kun je voelen," zei ze, terwijl ze naar het rijmpje in haar boek keek. “Een TikTok? Dat is gewoon leeg amusement.”
Ik denk vaak terug aan haar. Aan de geur die haar omhulde, een mengeling van lavendel en iets ongrijpbaars, iets dat ik nooit kon benoemen. Ze had een eenvoud in haar gratie die haar onmiskenbaar maakte, die altijd te midden van het alledaagse het buitengewone wist te vinden.
En toch, er was altijd een stilte tussen ons die ik nooit volledig kon doorgronden. Een melancholie in haar ogen die me liet voelen dat er dieperliggende geheimen waren, waarvan ik niet de sleutel had. Het leek wel alsof ze dingen wist die ik nog niet begreep. Ik probeerde haar leegte op te vullen met woorden, met uitleg, met vragen, maar zij glimlachte slechts en liet me zoeken.
Ik vraag me af of ze ooit nog aan mij denkt. Of, terwijl ze door een boek bladert of bloemen in een vaas schikt, ze ooit terugdenkt aan die momenten, die stille ogenblikken waarop onze werelden elkaar raakten. Misschien glimlacht ze soms, even onopgemerkt door de wereld om haar heen, en denkt: die jongen, hij begreep er niets van... maar hij had zijn eigen charme in zijn pogingen.
Sinds ik haar ontmoette, is de wereld voor mij trager geworden, maar niet op een vervelende manier. Het is alsof ik ben gaan inzien dat niet alles altijd ‘nut’ moet hebben. Het leven hoeft niet altijd in een razend tempo te worden geleefd. Ze heeft me geleerd om te stoppen, te ademen en te zien wat er werkelijk is.
En hoewel onze paden nu gescheiden zijn, draag ik de invloed van haar stilzwijgende wijsheid met me mee. Zij was niet slechts een hoofdstuk in mijn leven; zij was de voetnoot die het hele verhaal herschreef.
"In de aanwezigheid van een andere ziel ontdekken we soms de diepten van onszelf."
Wat Jij Me Leerde
Jij was de stilte in de storm,
de rust die ik niet kende,
de zachte kracht die alles veranderde
zonder dat ik het zelf doorhad.
In jouw ogen zag ik meer
dan ik ooit in mezelf had gezocht,
je woorden fluisterden waar ik niet durfde te kijken,
je handen gaven de richting aan,
en ineens leerde ik niet alleen te kijken,
maar te zien.
Je leerde me dat het tempo van de wereld niet alles is,
dat je niet hoeft te rennen om te begrijpen,
dat de schoonheid vaak schuilt in de details,
en niet in de haast van het moment.
Ik ben veranderd,
maar het is niet jouw schuld.
Je gaf me niets,
behalve de ruimte om het zelf te ontdekken.
En die ruimte
werd alles.
Reacties
Een reactie posten