In mijn jeugd heb ik veel verlies ervaren
In mijn jeugd heb ik veel verlies ervaren. De confrontatie met de dood voelde als fysieke pijn, maar als jong kind kon ik dit niet onder ogen zien. Wist ik veel. De volwassenen om me heen waren volledig in beslag genomen door hun eigen verdriet, waardoor de impact op mij, tot op de dag van vandaag, in mijn lichaam vastzit. Hoewel ik inmiddels veel traumawerk heb verricht, blijft mijn zenuwstelsel hypergevoelig voor verschillende vormen van verlies.
We zijn gemaakt voor heelheid, maar verlies herinnert ons eraan dat deze wereld verre van perfect is, en misschien zelfs onveilig of onverschillig ten opzichte van ons lijden. Elk verlies beïnvloedt hoe we onszelf definiëren en zien. De grond onder onze voeten begint te beven, en het landschap om ons heen verandert voorgoed. Verlies raakt de kern van onze veiligheid en zekerheid, onze meest basale behoeften. Wanneer we ons onveilig voelen in een vreemde en mogelijk vijandige omgeving, komen we onder enorme druk te staan — emotioneel, fysiek en spiritueel.
Iemand zei ooit, half grappend, dat als ik mijn muziek en creativiteit niet had gehad, ik wellicht aan de zelfkant van de samenleving terecht was gekomen. Ik herinner me dat ik lachte, maar tegelijkertijd dacht: ‘Dat is niet onmogelijk’. Hoewel ik mezelf niet als gevoelig voor verslaving beschouw, had het zomaar anders kunnen lopen. Gelukkig had ik mijn sociale leven, lieve vrienden en genoeg ambities om me daarop te richten.
Jarenlang heb ik de impact van de verliezen in mijn jeugd, onderdrukt en ontkend. De cortisol en stress die mijn lichaam hadden overgenomen, gebruikte ik om te presteren en mezelf richting volwassenheid te ontwikkelen. Mijn klasgenoot herinnerde mij er op een onlangs gehouden klassenreünie aan dat ik, na de begrafenis van mijn moeder, diezelfde middag al met hen buitenspeelde. Alsof er niets aan de hand was.
Ik was betrokken bij alles en iedereen, behalve bij wat er in mijn binnenwereld gaande was. De piano werd mijn toevluchtsoord, de enige plek waar ik mezelf toestond te voelen en me uit te drukken — niet verbaal, maar via mijn instrument. Mijn sociale leven, mijn afleiding.
Het verlies en de verliezen hebben onze familiebanden niet versterkt; in plaats daarvan werden we als los zand. In mijn volwassen leven, vooral na een aantal relationele verliezen — want als je bang bent te verliezen, verlies je vaak — begon ik onbewust steeds meer te bewegen richting het aangaan van datgene wat nooit gezien of gevoeld mocht worden.
Het werd steeds moeilijker om nog betekenis in het leven te vinden. De automatische piloot is immers een plek waar bewustzijn geen ruimte krijgt. Uiteindelijk leiden zulke zoektochten je naar de kern van jezelf, naar de diepste wonden en de waarheid over je voelen die je zo lang hebt ontweken. Ze dwingen je om stil te staan bij je eigen pijn en de gevoelens te doorleven die je ooit hebt weggestopt.
Het is een confronterend, maar noodzakelijk proces van herstel en zelfontdekking. Door de confrontatie met wat je zo lang hebt vermeden, kun je uiteindelijk beginnen met het opbouwen van een nieuw gevoel van betekenis en verbondenheid, zowel met jezelf als met anderen.
En zoals met alles in het leven, winnen we ook in de verliezen die we ervaren. Ik werd veerkrachtiger, empathischer, en herontdekte mijn intuïtie. Waar ik voorheen moeite had met het stellen van grenzen en vasthield wanneer het voor mijn gezondheid beter was om los te laten, klampte ik me wanhopig vast. Als ik mijn verdriet vroeger dempte met troosteten, herken ik nu de signalen— die zich eerst in mijn lichaam manifesteren — en reik ik uit naar mijn partner voor hulp. Dat zou vroeger ondenkbaar zijn geweest. Nu durf ik te erkennen dat ik hulp nodig heb. Het is een leven van vallen en opstaan, waarbij de periodes ertussen langer worden en de dalen minder diep.
Onlangs nam een vriendinnetje uit die tijd contact met me op. Met enige terughoudendheid vertelde ze dat haar vader was overleden. Door de telefoon heen voelde ik haar verdriet. Ze verontschuldigde zich; ze wilde me bellen, maar vond het moeilijk. Toen ik doorvroeg, antwoordde ze: "Wat stelt mijn gevoel van verlies nu voor, vergeleken met wat jij hebt meegemaakt toen je nog zo jong was?"
Ik was verbijsterd en stamelde iets als: "Je hebt alle recht om je verdrietig te voelen. Het is vreselijk." En toen merkte ik dat ze ontspande. Al geruime tijd besef ik dat verlies in geen enkele mate te vergelijken is. Als we dat toch proberen, doen we onszelf enorm tekort. Verlies is verlies. Of het nu gaat om een gestolen fiets waarvoor we lang hebben gespaard, de scheiding van ouders die we liefhebben, of iets veel ingrijpenders — het verdriet dat we voelen is persoonlijk en mag er zijn.
Reacties
Een reactie posten