Bloemen Boodschap
Er is een moment in het leven waarin de grens tussen het zichtbare en het onzichtbare dunner wordt, alsof het stof van het alledaagse licht opzij wordt geschoven en een glimp van het eeuwige zichtbaar wordt. Het is een plek die geen naam kent, maar waar het hart de weg vindt, een plek tussen twee werelden waar het tijdelijke en het eeuwige elkaar aanraken. Hier is de adem van de schepping voelbaar in iedere rimpeling van het water, in iedere beweging van de wind, in iedere fluistering van de bomen die ons zachtjes uitnodigen om stil te worden en te luisteren.
In deze ruimte voelt de ziel zich zowel klein als groots tegelijk. Klein, omdat de wereld vol uitdagingen en onzekerheden lijkt; groots, omdat er een plan van liefde is dat alles omvat en overstijgt. Het pad dat we bewandelen is niet altijd duidelijk, maar het is er—een pad dat ons leidt, niet met harde bevelen, maar met zachte aanwijzingen: een onverwachte vriendelijkheid, een ogenblik van rust in het hart, een gedachte die plotseling licht brengt in de duisternis.Onze keuzes, onze woorden, onze hoop—alles resoneert in deze ruimte tussen de werelden. Soms voelen we de zwaarte van ons eigen falen, de pijn van gemiste kansen, maar juist daar, in dat besef, wordt ons de mogelijkheid geboden om te groeien, om de liefde te ontdekken die geduldig wacht, zoals de rivier die haar weg vindt door de bergen, zachtjes, zonder haast. Alles wat ons lijkt te scheiden van het licht, wordt een uitnodiging om dieper te kijken, om te vertrouwen dat het universum ons draagt, zelfs wanneer we het zelf niet kunnen zien.
Soms opent zich een venster en glijdt het verleden en de toekomst samen in het nu. In die momenten zien we dat niets verloren is; alles is verbonden. De stemmen van hen die ons voorgingen, de lessen van de tijd, de zachte fluisteringen van engelen of gidsen—ze zijn overal aanwezig, maar altijd op een manier die uitnodigt, niet die dwingt. Het is een dans van aanwezigheid, een voortdurende beweging van licht dat door de ziel stroomt en ons herinnert aan onze oorsprong en bestemming.
Wanneer de nacht valt en de sterren hun zachte gloed over de aarde werpen, voelen we een stille zekerheid: we zijn nooit alleen. Elke ademhaling, elke hartslag, elk moment van bewustzijn is een draad in het weefsel van het eeuwige. Het is een uitnodiging om te leven met open ogen, open hart, en een vertrouwen dat groter is dan angst. Want wie durft te wandelen tussen twee werelden, wie durft te vertrouwen op het zachte licht dat altijd aanwezig is, ontdekt een werkelijkheid die groter is dan alles wat het oog kan zien en groter dan alles wat het hart kan bevatten.
En zo leren we: het leven tussen twee werelden is geen strijd, maar een oefening in liefde en overgave. Het vraagt geduld, aandacht, en een hart dat zacht blijft, zelfs wanneer de wereld ruw lijkt. Het is het leren herkennen van de tekenen die ons leiden, het leren voelen van de eeuwige handen die ons zacht optillen, het leren luisteren naar de fluistering van het licht dat altijd aanwezig is, zonder scherpe randen, zonder oordeel, puur in liefde.
In deze ruimte, tussen het bekende en het onbekende, tussen het zichtbare en het onzichtbare, ontdekken we wie we werkelijk zijn: kinderen van een oneindige liefde, gedragen door een kracht die geen grenzen kent, verbonden met alles, en altijd welkom in het licht, in het zachte midden van de werelden.
Reacties
Een reactie posten