We leven met een gezelligheidscomplex

We leven met een gezelligheidscomplex. Alles moet leuk blijven, luchtig, gezellig. Een verjaardag zonder wanklank, een gesprek zonder ongemak. En als iets schuurt of pijn doet, stoppen we het liever weg. Want waar we het niet over hebben, lijkt er niet te zijn. Maar dat is natuurlijk niet waar. Het blijft bestaan, onder de oppervlakte, en het vraagt vroeg of laat zijn tol. Voel je je nu geïrriteerd als je dit leest, Interessant! Je mag het woord 'gezelligheidscomplex' ook vervangen door 'het geen gedoe complex'.

Ik zie het vaker gebeuren. Gezinnen waar alles draait om de schijn van harmonie. Waar alleen de ‘veilige’ onderwerpen op tafel komen, terwijl de spanning onuitgesproken in de lucht hangt. Het lijkt alsof iedereen zijn best doet om het gezellig te houden, maar dat gaat bijna altijd ten koste van iemand. Het kind dat nooit boos mocht zijn. De broer of zus die werd buitengesloten omdat ze niet aan de norm voldeden. Of die ene ouder die zich al jaren niet gehoord voelt, maar geleerd heeft om te zwijgen. Alles wat ongemakkelijk is, wordt weggemoffeld, en het gevolg is vaak dat mensen zich steeds eenzamer voelen in hun eigen familie.

En dan is er nog een ander aspect, misschien wel de meest pijnlijke uiting van het gezelligheidscomplex: onze omgang met ‘anders zijn.’ Datgene wat niet past binnen de norm van gezelligheid – of dat nu een andere mening is, een andere religie, genderdiversiteit, of een fysieke of mentale beperking – wordt al snel als ongemakkelijk ervaren. Niet omdat we dat bewust zo vinden, maar omdat het onze behoefte aan harmonie en voorspelbaarheid uitdaagt.

Ik hoor het in verhalen van cliënten die niet volledig zichzelf konden zijn. Die zich stil hielden over hun geloof, hun seksualiteit, hun ziekte, of simpelweg over hun pijn, uit angst om ‘de sfeer te verpesten.’ Want dat is de ongeschreven regel: gezelligheid boven alles. Maar dat betekent vaak dat wie afwijkt, zich moet aanpassen. Het ongemak wordt niet gedeeld; het wordt weggeduwd. De persoon die ‘anders’ is, voelt dat haar aanwezigheid een verstoring wordt genoemd zonder dat iemand het hardop zegt. Er ontstaat een subtiele vorm van uitsluiting, waarbij je wel fysiek aanwezig mag zijn, maar eigenlijk niet helemaal mag bestaan zoals je bent.

Het probleem is dat deze dynamiek niet alleen anderen buitensluit, maar ook onszelf kleiner maakt. Door verschillen te vermijden, ontzeggen we ons de kans om te leren, om dieper te verbinden, en om het leven in al zijn facetten te omarmen. We missen de rijkdom van diversiteit – niet alleen in anderen, maar ook in onszelf. Want als we geen ruimte durven maken voor het ongemak van de ander, maken we waarschijnlijk ook geen ruimte voor ons eigen ongemak.

Het gezelligheidscomplex is verleidelijk omdat het lijkt te beschermen. Het houdt de oppervlakte glad, zonder confrontatie. Maar wat we niet benoemen, verdwijnt niet. Het blijft aanwezig, wachtend. Dat vraagt moed. Moed om het ongemak toe te laten, om verschillen niet weg te poetsen, om ruimte te maken voor pijn en wrijving.

En misschien is dat wel het meest hoopvolle: dat we kunnen kiezen. Dat we gezelligheid kunnen herdefiniëren, niet als het vermijden van ongemak, maar als een plek waar alles er mag zijn. Waar vreugde en pijn naast elkaar bestaan. Waar de norm niet langer is dat alles glad en soepel verloopt, maar dat we elkaar echt durven ontmoeten. Misschien ontdekken we dan dat échte gezelligheid pas begint als we stoppen met doen alsof.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster