Te jong, te arm, te dik, te knap

 Te jong, te arm, te dik, te knap…

Een vriend belde me laatst. Dat doet hij vaker, meestal om te klagen over dingen waar ik geen oplossing voor heb. Maar deze keer... deze keer was het serieuzer. Althans, volgens hem. "Ik heb een probleem," begon hij, met de dramatiek van een soapacteur. Eigenlijk had hij er meerdere, maar die kwamen later. Dit was écht erg. “Ik ben te jong om met pensioen te gaan, te arm om te stoppen, te dik om te strippen, en – vraag maar aan mijn moeder – te knap om te sterven.”

Dit soort problemen krijg je op een treurige dinsdagmiddag als je jezelf betrapt op het googelen van “hoe je rijk wordt zonder talent.” Hij zat dus midden in een crisis. Niet zo’n existentiële crisis waarbij je filosofen gaat lezen of naar therapie moet (al twijfel ik daarover), maar meer zo’n permanente, ongemakkelijke fase waarin alles nét een beetje verkeerd blijft lopen.

Te jong voor pensioen. Te oud voor dromen. Wat blijft er dan over? Een Excel-sheet vol illusies.

“Ik kan niet eens een fatsoenlijke vakantie betalen,” klaagde hij. “Laat staan dat ik ooit in Spanje zit met een glas sangria terwijl ik geniet van m’n oude dag.” Hij nam een korte pauze, zoals een acteur die wacht op applaus. “En weet je wat nog erger is? Ik ben inmiddels ook te dik om te strippen.”

Dat klonk alsof het een serieuze carrière-optie was geweest, maar hij stelde me gerust: dat was het niet. “Het probleem,” zei hij, “is dat ik vroeger nog iets met mijn looks kon doen. Nu? Nu voelt het alsof ik elke ochtend een extra kin moet begroeten in de spiegel.”

Van binnen moest ik lachen. Hij is de minst ijdele persoon die ik ken. Tenminste, dat dacht ik. “Maar,” zei hij, “vraag het mijn moeder. Volgens haar ben ik nog steeds te knap om te sterven. De wereld heeft mij nodig, puur om het gemiddelde uiterlijk omhoog te trekken.”

Dat is het grappigste aan hem: hoe hij alles zegt met de overtuiging van een dominee die de apocalyps aankondigt. Zo goed dat je bijna vergeet hoe absurd het eigenlijk is.

Ooit had hij een Excel-sheet gemaakt om te berekenen hoe oud hij zou zijn als hij eindelijk genoeg zou sparen om “gewoon even niks te doen.” Het antwoord was: 112. En dat was zónder snacks, zónder verjaardagen, en waarschijnlijk zónder ademhaling. Terwijl hij dit vertelde, graaide hij een zak chips uit mijn voorraadkast.

Toch raakt hij ergens een kern. We zijn allemaal een beetje zoals hij, nietwaar? Te jong om alles te snappen. Te oud om alle fouten opnieuw te maken. En precies dom genoeg om te denken dat het morgen beter wordt. Maar wat ik zo mooi aan hem vind – en wat hij nooit zal toegeven – is dat hij alles draagt met een soort stoïcijnse humor. Als een clown die weet dat de tent in de fik staat, maar toch nog een ballonhond vouwt.

Gelukkig realiseerde hij zich al snel dat het leven niet bedoeld was om opgelost te worden als een wiskundig probleem. Het is meer als een Ikea-meubel: ingewikkeld, frustrerend, en je houdt altijd een paar stukken over waarvan je geen idee hebt wat je ermee moet doen.

Ondanks zijn chaotische pogingen tot verbetering begon er iets te veranderen. Niet in zijn leven – dat bleef een puinhoop – maar in zijn toon. Elke keer dat iemand hem vroeg hoe het met hem ging, antwoordde hij met een grijns: “Beter dan gisteren, slechter dan morgen, en altijd hard voor weinig en nooit saggerijnig!”

Want ja, hij was misschien te jong, te arm, te dik, en te knap om de meeste dingen goed te doen. Maar hij was ook te koppig om op te geven, te creatief om niet te lachen, en te eigenwijs om zich te schamen.

“Als de wereld een Ikea-meubel is, dan is hij de ontbrekende schroef. Onmisbaar én volstrekt onbegrijpelijk.”

Een Ode aan Mijn Gemiddelde Glorie

Te jong om wijs te zijn,
te oud voor kinderlijke gein.
Te knap om te sterven,
maar niet knap genoeg om rijkdom te verwerven…

Ik ben het middelpunt van mijn bestaan,
de clown met flair, een beetje ontdaan…
Mijn spiegel roept: "Jij, pracht en praal!"
Maar mijn bankrekening grinnikt: "aber natürlich."

Een schroef zonder doel, een plan zonder zin,
toch blijf ik lachen met elke kin.
Want wie anders dan ik, met al mijn flair,
kan falen met stijl, keer op keer?

Mijn moeder zegt dat ik schitter,
de rest van de wereld gniffelt.
Maar ach, wie wil nu perfect zijn?
Ik ben meer dan voldoende, halfgod á-fijn…

Dus hef je glas, op de koning van ‘net-niet..,
die altijd blijft schitteren, hoe krom het ook zit.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster