Mijn gelaat
Mijn gelaat
het zal gebeuren
dat de tere bloem
spreekt van dorst
het loof knispert
aan dorre takken
water gaat zakken
rivieren geven prijs
grijze hongerstenen
van vele jaren her in
verwijtende aanblik
we krijgen een tik
hard om onze oren
aarde verschroeid
het water verdampt
de mens verbijsterd
de zandroos bloeit
grijnst in haar stille
woestijn ver van ons
toch ook zo dichtbij
we willen het niet zien
welvaart maakte vrij
oversteeg de mens
in zijn hebberigheid
om steeds naar meer
onze aarde verdampt
onze adem verkrampt
in stoffig zwijgen en de
zuidenwind haar streling
is verschroeiend pijnlijk
dwazen zijn wij de mens
in nemen en niet geven
Reacties
Een reactie posten