Mijn gelaat

 Mijn gelaat

vangt de stille
ademtocht van
de zuidenwind
in haar streling
van zoete geuren
het zal gebeuren
dat de tere bloem
spreekt van dorst
het loof knispert
aan dorre takken
water gaat zakken
rivieren geven prijs
grijze hongerstenen
van vele jaren her in
verwijtende aanblik
we krijgen een tik
hard om onze oren
aarde verschroeid
het water verdampt
de mens verbijsterd
de zandroos bloeit
grijnst in haar stille
woestijn ver van ons
toch ook zo dichtbij
we willen het niet zien
welvaart maakte vrij
oversteeg de mens
in zijn hebberigheid
om steeds naar meer
onze aarde verdampt
onze adem verkrampt
in stoffig zwijgen en de
zuidenwind haar streling
is verschroeiend pijnlijk
dwazen zijn wij de mens
in nemen en niet geven

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster