Er is een boek dat belangrijker is

 Er is een boek dat belangrijker is dan alle andere boeken in de wereld. Geen bestseller, geen heilige tekst, geen filosofisch meesterwerk – maar iets dat niemand anders voor je kan schrijven of lezen. Het is het boek van JeZelf. Krishnamurti zei ooit dat het boek dat jij bent, de hele mensheid bevat: alle angsten waar zij doorheen is gegaan, het leed, de liefde, de pijn, de vreugde, de hoop, het lijden, de angst. En toch, zo verzuchtte hij, verspillen we zoveel tijd met het lezen van andermans boeken, in plaats van dat ene boek te leren lezen dat ons het meest aangaat: onszelf.

Hij bedoelde daar niet mee dat we nooit boeken van anderen moeten lezen, integendeel – Krishnamurti zelf was een leraar die diepe inzichten bracht. Maar hij wilde ons eraan herinneren dat de diepste wijsheid niet buiten ons ligt, maar in onszelf besloten ligt. Als we onze blik voortdurend naar buiten richten, missen we de toegang tot datgene wat het meest wezenlijk is: onze eigen binnenwereld. En die binnenwereld draagt alles in zich – niet als uitzondering, maar juist omdat wij mensen elkaar weerspiegelen. De hele mensheid huist in jou, en dat vraagt erom gelezen en begrepen te worden.

Ook Carl Gustav Jung zag dat in. Hij ging zelfs nog een stap verder: hij moedigde zijn patiënten aan om hun eigen Rode Boek aan te leggen, een plek waar dromen, beelden, visioenen en inzichten bij elkaar kwamen. Een levend boek van de ziel. Hij schreef dat zo’n boek je stille oord wordt, een plek van hernieuwing, je eigen kathedraal. Het hoeft niet netjes of perfect te zijn. Het hoeft niet te voldoen aan literaire normen. Het hoeft zelfs niet coherent te zijn. Maar het moet waar zijn. Want als je het niet doet – als je je innerlijke beelden onderdrukt of wegzet als onbelangrijk, als je luistert naar de stemmen van buitenaf die zeggen dat het morbide is of te gevoelig – dan, zegt Jung, verlies je je ziel. Want je ziel zetelt in dit boek.

Hoe vaak luisteren wij naar die stemmen van buitenaf? Die zeggen dat het onzin is, te zweverig, te emotioneel, te veel met jezelf bezig. Terwijl het misschien juist dat is wat we het hardst nodig hebben: leren bij onszelf te zijn. Niet uit egoïsme, maar uit eerlijkheid. Niet om onszelf belangrijker te maken dan anderen, maar om überhaupt te kunnen luisteren, met open ogen en open hart. Pas als we het boek van onszelf leren lezen – ons verdriet onder ogen durven komen, onze verlangens herkennen, onze vreugde omarmen – kunnen we ook werkelijk lezen wat er in een ander geschreven staat.

Het boek van jezelf schrijven hoeft geen meesterwerk te zijn. Het mag rommelig zijn, onvolledig, teder, heilig, breekbaar. Je mag erin tekenen, fluisteren, bidden, schreeuwen, verdwalen, en weer terugkeren. Het enige wat telt, is dat je het als jouw ruimte gaat zien – een plek die je beschermt tegen de ruis van buitenaf, een plek die jou herinnert aan wie je bent.

In een tijd waarin we overspoeld worden door informatie, meningen en analyses, is het misschien wel een daad van innerlijke moed om te zeggen: ik neem mijn binnenwereld serieus. Niet omdat die belangrijker is dan die van een ander, maar omdat die even waardig is. En misschien ook omdat daar iets woont wat alleen jij kunt kennen – een waarheid, een lied, een spoor van licht dat wacht om gelezen te worden.

Misschien is het tijd voor jouw boek. Misschien ligt het al ergens klaar. Misschien wacht het op een eerste zin, een eerste ademtocht op papier. Begin gewoon. Want ergens tussen de regels staat geschreven wie je werkelijk bent.

Ik wil ook even een belangrijk inzicht met je delen. Schrijf het boek ook alleen voor je zelf. Niet om aan anderen te laten lezen...Dan ga je schrijven wat sociaal wenselijk is... en dat nou net niet de bedoeling. Het gaat om het pad, niet om de bestemming... 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster