Naakt zijn is niet preuts maar magisch

 Naakt zijn is niet preuts maar magisch

We worden naakt geboren. Het lijkt zo simpel, zo vanzelfsprekend. Er is geen schaamte, geen oordeel, geen genderverschillen, geen sociale normen die ons lichaam bepalen. Gewoon puur, levend, naakt. Toch, ergens onderweg verliezen we die eenvoud. We leren dat er een juiste manier is om ons te tonen, dat er een juiste manier is om te zijn. En dat we altijd iets ‘moeten’ bedekken.

Vanaf het moment dat we ter wereld komen, gebeurt er iets. Niet in woorden, maar in handelingen. We worden geboren, zonder naam, zonder hokjes, zonder verwachting. Maar voordat we ook maar goed en wel beseffen dat we gewoon zijn, worden we meteen in een hokje geplaatst: "Het is een meisje!" of "Het is een jongen!" of tegenwoordig “het is iets ertussenin” En daar begint het. Niet het besef van wie we zijn, maar het moment waarop de samenleving ons vertelt wie we moeten zijn.

Er wordt geen tijd genomen om te zien dat een ziel wordt geboren. Een uniek wezen, zonder de beperkingen van gender, een ziel die eerst gewoon in het moment is, puur en zonder oordeel. Maar in plaats daarvan krijgen we een naam opgedrongen en wordt ons een doek om de schouders geworpen, zodat we niet langer “naakt” zijn, maar al snel vastgelegd in de labels die de wereld ons geeft.

De keuze om onszelf te ontdekken, om vrij te zijn in wie we werkelijk zijn, wordt ons snel ontnomen. Voor we überhaupt weten wat vrijheid betekent, zijn we al gevangen in de verwachtingen van anderen. Gender, naam, identiteit – het wordt ons opgedrongen, niet als een uitnodiging tot zelfontdekking, maar als een vaststaand feit waartegen we niet kunnen vechten. We hebben geen keuze, want tegen de tijd dat we de wijsheid bezitten om te kiezen, is die keuze vaak al lang voor ons gemaakt en op snode manier afgenomen. En dat is misschien wel het meest tragische van alles: de vrijheid om te zijn, wordt ons afgepakt op het moment dat we de kracht zouden kunnen hebben om het terug te eisen.

En hoe is het vandaag de dag zo belachelijk geworden? Hoe is het dat we op sociale media zoveel van onszelf blootgeven, terwijl we in de ‘echte wereld’ liever niet te veel onthullen? Hoe kan het dat we een vrouw in een bikini op het strand kunnen bewonderen, maar een andere vrouw een scheve blik toewerpen als ze zich comfortabel voelt in een los-vallende top op een warm terras? En wat dacht je van diezelfde vrouw in bikini, maar nu gehuld in een setje lingerie wat ineens beschamend is en preuts over wordt gedaan.

We worden naakt en zonder geld geboren, maar als je je naakt toont in de publieke ruimtes, dan moet je een boete betalen of zelfs gearresteerd worden. Koekoek! Het lijkt een absurde wereld, nietwaar? De menselijke natuur wordt bedekt met regels, wetten en verwachtingen, alsof er iets verkeerds is aan wie we van oorsprong zijn.

Preutsheid is geen bescherming. Het is de gevangenis die we zelf bouwen, de muren die we rondom onszelf leggen, onderhouden en ver-ergen. Het is het idee dat naaktheid, in welk opzicht dan ook. Iets is wat we kunnen verbergen, ontkennen en vermijden. Maar wat als we een stap terug zouden nemen en het lichaam niet zouden zien als iets om te verbergen, maar als een uitdrukking van wie we werkelijk kunnen zijn? Wat als we zouden stoppen met oordelen, en beginnen met accepteren?

We komen naakt ter wereld en gaan naakt de wereld uit. En in dat korte stukje tijd, tussen het begin en het einde, zijn we zoveel meer dan de lagen die we opbouwen. Laten we dat moment van puurheid herinneren, dat moment van onvoorwaardelijke vrijheid. Want misschien, in die onschuld, ligt de enige ware vrijheid die we echt bezitten.

***“Naaktheid en schaarste zijn geen schaamte of regel waardig, het is jouw vrijheid in de puurste vorm van zijn”***

Ik was al iemand...

De eerste keer dat ik werd bedekt,
wist ik niet wat schaamte was.
Ik voelde slechts stof,
en iets in mij dat plots verdween.

Men zei:
"Zo hoort het.
Zo ben je veilig.
Zo ben je netjes.
Zo ben je iemand."

Maar ik was al iemand.
Al voordat ze wisten wat ik was.
Eén huid, één adem, één ziel…
zonder verhaal, zonder verwachting.

Toch schreven ze op mij.
In doeken, in namen,
in regels die niets wisten
van wie ik zou kunnen zijn…

Ze noemden het opvoeden.
Ik noem het afpakken.

Want terwijl mijn lichaam groeide,
leerde ik vooral hoe ik het ‘moest’ verbergen.
Hoe ik het ‘moest’ temmen.
Hoe ik ‘moest’ doen alsof.

Maar onder elke laag
ademt nog steeds
het stille weten…
Dat ik in mijn blote bast
al genoeg was.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Open brief aan mijn oudste dochter...

Kraai

Vraag me niet hoe ik altijd lach

Gone with the Wind (1939)

Ekster